Johan De Wit

°1960, lives and works in Ghent, Belgium

Represented by Kristof De Clercq


EN Johan makes things. He writes things out of paper. It all begins with an empty page.

If you want to write, you have to be able to fold. Things subsequently fall out of the folds, which is how they become words. Johan folds words out of material letters and reassembles them, so that they say something.

Not spoken words and texts, but visual texts, which are far more pliant. Not to mention friendlier, as well as more beautiful and generous. Because there’s always an issue with those spoken words. Used and abused on a massive scale, they are employed to attack and deceive. Restoring their softness and refutability is a huge endeavour, rebuttal work, a waste of time.

Johan’s texts look broken, which feels reassuring. They are also very hard. Layer upon layer of resins and secret powders. And continual sanding! To become self-portraits, dented bags. Boxes, tubes, and finally big things and little things, cones and pyramids and balls and spheres, sometimes with handles and bulges, overflowing layers, just to be sure there’s enough!

Comforting stash. Take another one. The entire reserves of art history are online. The beauty of yesteryear is undiminished and is still understood. Only the world is a bit more dented now, although Claus Sluter’s Pleurants are as sovereign and exalted as ever in their acceptance and sorrow.

Submission in the past, anger today, fury and sorrow at stupidity and for fleeing in ignorance. Giant stocks of this have also accumulated, and little has changed since Goya. Time is running out, which drives eternity crazy. There are no more stilllives,not like there used to be. (Piet Vanrobaeys)


NL Johan maakt dingen. Hij schrijft dingen uit papier. Hij begint met een leeg blad.

Wie wil schrijven moet kunnen plooien. Dan vallen de dingen uit de plooien, zo worden ze woorden. Johan plooit woorden uit letters van materie en zet ze dan samen, dan zeggen ze iets.

Geen verbale woorden en teksten, wel beeldteksten, die zijn gewilliger. En vriendelijker, schoner ook en genereuzer. Want het is vaak wat met die verbale teksten. Ze zijn het gewoon om massaal ingezet en misbruikt te worden om aan te vallen en te pretenderen. Daar is veel werk aan om ze weer zachter en weerlegbaar te maken, ‘weerleg-werk’, tijdverlies.

Johans teksten zien er kaduuk uit, dat stemt gerust. Ze zijn ook heel hard. Lagen en lagen van harsen en geheime poeders. En voortdurend schuren! Tot het zelfportretten worden, zakken met deuken. Dozen, buizen, enfin dingen en dingetjes, kegels en piramiden en bollen en ballen, soms met handvaten en uitstulpingen, leggers vol, zo dat er zeker genoeg zijn!

Comforting stash. Neem er nog eentje. De hele voorraad van de kunstgeschiedenis staat online. De schoonheid van vroeger is intact en de mensen begrijpen die nog. Alleen ligt de wereld wat in een deuk maar de Pleurants van Claus Sluter gedragen zich nog even soeverein en verheven in hun aanvaarding en verdriet.

Onderwerping vroeger, kwaadheid vandaag, kwaadheid en verdriet om domheid en om de vlucht in onwetendheid. Ook daar zijn weer gigantische voorraden van aangelegd, er is sinds Goya niet veel veranderd. Maar de tijd raakt op en de eeuwigheid draait door. Er zijn geen stillevens meer zoals vroeger. (Piet Vanrobaeys)